vrijdag 24 januari 2014

Mingolië (28): De Orde van Illistrinos en de Orde van De Slang

Volgende tekst maakt ook deel uit van de Mingolië-campagne. Het leuke is dat een aantal aspecten uit het basisregelboek (de strijd tussen Rothin en Illis-Thran) gekoppeld worden aan een specifieke campagne. Verder is het ook duidelijk dat dit de aanzet vormde tot een specifiek avontuur ...


De Orde van Illistrinos begon als een obscure sekte ergens in de straten van Atumbar. Sinds kort echter ondervindt ze een exponentiële uitbreiding. De oorzaak hiervan ligt in het stijgende aantal overvallen van de duistere rassen over het gehele westelijk continent. Illistrinos is namelijk een aangepaste en vergoddelijkte versie van de beroemde magiër Illis-Thrann die door zijn zelfopoffering het hele continent redde uit de handen van Rothin en diens zwarte legers onder aanvoering van de Nachtmerrieridder (meer informatie hieromtrent kunt u vinden in het basisregelboek).

Een tweede oorzaak van hun expansie is hun extremisme en hun manier van inwijding. Elk lid van deze orde zweert op hun leven absolute trouw en devotie, leden noemen elkaar enkel broeder of zuster en ongelovigen zijn verloren zielen die de wil van Illistrinos tegen willen gaan (de vernietiging van alle duistere rassen). Nieuwe leden worden gehersenspoeld in de wegen van "het licht" en zweren al hun contact met de buitenwereld af voor enkele maanden. Tijdens die periode wordt het nieuwe lid ingewijd in de geheimen van Illisrtinos maar vooral worden zij geconditioneerd in de samenleving van deze orde.

Hoewel er gezegd wordt dat ieder gelijk is is dit in de realiteit een hoop nonsens, degene die het voor het zeggen hebben zijn de zogenaamde “broeder-inquisiteurs”, bijgestaan door “broeder- magiërs” en “broeder- prekers”. Vrouwen hebben sowieso weinig te zeggen in deze samenleving, zij dienen om het geslacht voort te zetten, gewonden te verzorgen en op de kleine te passen. Er zijn wel een paar “nonnen” die een equivalent qua aanzien hebben met inquisiteurs maar deze houden hun ook enkel bezig met andere vrouwen.

Net nu, als de duistere rassen in grote getale de “beschaafde wereld” invaseren en er overal wanorde is komt De Orde van Illistrinos in actie, verschillende magistraten, priesters en andere hofgangers zijn al gezwicht voor de sterke arm van het geloof.

Dit is niet zomaar gebeurd en er zijn vele tegenstanders, een geheime samenkomst van verschillende fracties heeft hiervoor een tegenreactie geplaatst, in het geniep hebben zij een groep figuren uitgezocht die het doen en laten van deze orde gadeslaat en hier regelmatig berichten van geeft eventueel stelen ze voorwerpen en informatie. Dit genootschap is in zeldzame kringen bekend als De Orde van de Slang. De drijfveer of de machten die hierachter zitten zijn voor niet leden geheel onbekend. De personen die hier deel aan nemen zijn enkel elkaar bekend en zelfs dan weten ze niet of er eventueel nog andere leden zijn.

De Orde van Illistrinos heeft hier trouwens ook geen enkel benul van, zij zijn enkel bezig met nieuwe leden te ronselen, liefst van zo’n hoog mogelijk aanzien. Wat ze zodus ook niet weten is dat het experiment van De Orde van de Slang een beetje fout aan ‘t lopen is. De leden die hiervoor namelijk geselecteerd zijn zijn niet echt zuiver op de graat. Zo zijn er ‘agenten’ die bekent staan als dieven, moordenaars of schaduwmagiërs, in feite zijn deze personen criminelen en dat was niet echt de bedoeling. Alleszins is er vanwege de aard van deze beweging geen terugkeer meer mogelijk en dus doet deze orde min of meer haar zin. Het is wel opvallend dat deze regeling zeer effectief is en zelfs een kans op slagen heeft.

Het volgende is teruggevonden door een groep avonturiers in de diepe Cha’Ell, één van hen, een wijze met de naam van Darbaïd heeft het volgende document vertaald naar het Mingolees. De oorsprong van dit document blijft tot op heden onzeker maar het staat vast dat het geschreven is ten tijde van de rassenoorlogen. Wat er van de avonturiersgroep geworden is blijft totop heden een raadsel. Hier en daar zijn er in dit document ook aantekeningen te vinden van de vertaler.
Abdul-Alim, dienaar van de Omnicente Khanimurta, Bewaarder Der Legendes, Onderbibiliothekaris van Rivizal.

Document over de rassenoorlog:
Een dikke, vochtige mist dwaalde door de dichtopeenstaande bomen van Blelel. Moeizaam stapte onze heilige leider Mahar, bevelhebber van het 6de legioen der zandwolven met zijn manschappen door het moerassige woud. Te voet want hun zware pakbeesten en hun stekelspinnen konden hen onmogelijk door het donkere woud brengen. De lastdieren gingen nu met een grote bocht rond de zware begroeiing van het bos, ze zouden zich later bij de duizenden manschappen voegen eens ze het donkere woud doorkruist hadden. De keizerlijke Oorlogsmeester Horum El-Fezech was bezeten door een onbekende god van de Afwijking. Hij keerde zich tegen de Samenhang Der Rassen en met duizenden volgden ze zijn gebogen pad.
Oorlog woedde tussen De Getrouwen en De Rebellen. Terwijl de Alliantie van de rassen vecht worden hun dorpen overrompeld door De Verraders. Rebellie en burgeroorlog woedt op elk front, broeder vecht tegen broeder. Het grote geheel is vergeten. De grootste leiders die deze rassen ooit gekend hebben keren zich tegen elkaar.

Wat volgt is niet vertaald, wat duidelijk is dat deze passage gaat over de allianties maar Darbaïd heeft geen moeite gedaan om deze woorden te ontleden. Waarom is onbekend en de reden van debat onder vele wijzen.

Ons aller leider en hoop Mahar was nu op weg om zich bij de Ultiemen te voegen, een sterke groep van de verschillende trouwe rassen, elk met hun specialiteit, die de verraders op hetzelfde moment te lijf gingen. Plots hief Mahar -ons aller leider- zijn hand, als teken dat we moesten stoppen. Uit de diepten van de mist stapten zo’n veertigtal verraderlijke dwergen met hun duivelse vuurspuwers, ze waren gekleed in de kleuren van de vijand. Ze hadden blijkbaar niet door dat er zich een heel legioen van onze heilige troepen verscholen zat in het duistere bos.

Wat volgens mij hier verteld wordt is een veldslag tussen de menselijke Oud-Mingolen samen met Halflings en Schublingen, Volgens de meeste bronnen heeft de voorloper van de demoon Quawk de Rassenoorlog gestart, en dit door verschillende rassen tegen elkaar op te zetten, Quawk is ook door mezelf opgemerkt in andere oude legendes waar hij onder een andere naam de oude goden ontdoet van hun macht. -- Darbaïd

Meteen werd het sein gegeven tot de aanval. Een helse regen van pijlen flitste over en door de open plek waar de Verraders stonden. Op zéér korte tijd waren de dwergen doorzeeft. De infanterie maakte daarna korte metten met de overgebleven rebellen, er bleef enkel een hoopje bloed en metaal op de zompige bodem liggen waaruit met moeite vijandelijke figuren te onderscheiden vielen.

De ‘zompige bodem’ waar hier sprake van is doet vermoeden dat het slagveld eventueel terug te vinden is in de Vlaktes van It-Quawk. –Abdul-Alim

Mahar De Verlosser, ging vervolgens op een omgevallen en verrotte boomstronk staan en riep met galmende stem : « Pas op mijn krijgers, er zijn waarschijnlijk meer verraders die door dit woud dolen ; loop in 2 rijen achter elkaar om te verbergen met hoevelen we zijn. Wees muisstil en let op voor kruisvuur. » Op deze manier doorkruiste het legioen der Ultiemen het bos van Blelel, een paar moedige elfen en dwergen die op verkenningsmissie waren werden subtiel uitgeschakeld vooraleer de infanterie samensmelten met de cavalerie. Ze marcheerden nu met een 7000- tal man richting de Verdorven Stad. Zowel de gewone soldaat als de meest begaafde magiër Bereidden henzelf voor in anticipatie van de dood. Eenmaal dat de Ultiemen aan de stad kwamen leek deze verlaten, zelfs een geblakerde ruïne. Een skelet van wat het daarvoor geweest was, hier en daar lagen lijken van hun voorgangers die de stad hadden belegerd. Plots, alsof het door goden uit de hemel was gezonden viel een grote ziektebol uit de lucht. Onze heilige leider schoot het meteen uit de lucht en zijn magische raadsman deed het afvuurtuig meteen daarna ontploffen door een soort vuurspreuk. Er was een verblindende flits en de vijandelijke post verdween, een gapende krater achter zich latend. Het volledige leger stormde nu naar voren.
De rest van de text ontbreekt...
 Tot daar deze sfeervolle tekst uit de Mingolië-campagne.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen