vrijdag 22 februari 2013

Interview met tekenaar Kurt Van Bouchout

In onze reeks interviews spreken we deze maal met Kurt Van Bouchout. Kurt heeft zowat alle tekeningen voor zijn rekening genomen in de eerste editie van het basisregelboek (zwarte kaft), en de kaarten en plattegronden getekend in zowat alle andere boeken uitgebracht door The Wise Tree. Bovendien is hij ook de tekenaar van het logo van The Wise Tree - de dikke boom met vele wortels en takken.

Wanneer ben je met (fantasy) roleplaying begonnen? Hoe ben je zelf bij The Wise Tree betrokken geraakt?
Ik ben pas laat met roleplaying begonnen. In het weekblad Kuifje (dat in de jaren ’80 nog bestond) verscheen af en toe de stripreeks "Draken en Kerkers", over een groep vrienden die rond een tafel zaten en allerlei avonturen in hun hoofd speelden (nvdr. zie illustratie hieronder). Ik vond het wel intrigerend, maar op dat moment had ik nog nooit van roleplaying games gehoord. Tot een van mijn medeleerlingen in de 5de humaniora een spreekbeurt hield over roleplaying (dat bleek Dirk VdH te zijn).
"Draken en Kerkers" was een occasionele strip die verscheen in Kuifje in de jaren 80.
De originele versie verscheen in TinTin, als "Donjons et Dragons", door Bosse en Darasse.
We schrijven ’87 en enkele weken later speelde ik al mee met een grote groep spelers, die toen nog op zondagvoormiddag samen kwam. Pijnlijk, zeker na een avondje stappen :-). Uiteraard speelden we toen Het Oog des Meesters. Daar leerde ik ook Koen DW en David VD kennen, twee spelers die blijkbaar enkele maanden voor mij de spelersgroep vervoegd hadden en die later mee The Wise Tree zouden oprichten.

Je hebt in de eerste editie van Schimmen & Schaduwen (de uitgave met zwarte kaft en pentagram als covertekening) nagenoeg alle tekeningen gemaakt. Was dat leuk werk?

Het was leuk werk, maar niet gemakkelijk. Ik ben geen goede tekenaar, heb geen opleiding grafiek of iets dergelijks gevolgd, en heb altijd geworsteld met het tekenen van mensen, zeker in actiescènes. Vandaar ook de houterige poses en het gebrek aan dynamiek in de tekeningen. Vreemde wezens waarbij verhoudingen niet zo belangrijk waren, gingen mij makkelijker af. Het was veel schetswerk, nog meer weggommen en herbeginnen, zuchten, om dan uiteindelijk met een zwarte stift de finale pennentrek te zetten. Maar ik heb er mij wel mee geamuseerd.

Wat ook leuk was, was de interactie met de schrijvers. Ik trachtte de door hun beschreven fabeldieren te tekenen, en omgekeerd vonden zij enkele wezens die ik zomaar voor het plezier getekend had zo leuk, dat die uiteindelijk in het boek beland zijn. Na een tijdje vind je wel een soort eigen stijl en werden de wezentjes al snel ‘koetiaans’ genoemd, afgeleid van mijn bijnaam (nvdr. "De Koette").

De eerste tekeningen maakte ik al in ’87, maar pas enkele jaren later zou Schimmen & Schaduwen gepubliceerd worden (nvdr. 1989). De allereerste editie van Schimmen & Schaduwen heb ik altijd als een testversie beschouwd. Aanvankelijk zouden hiervan maar 20 exemplaren gedrukt worden, die toen voornamelijk in onze vriendenkring verdeeld werd. Uiteindelijk werden zo’n 75 extra exemplaren gedrukt, totaal onverwachts. Had ik dat geweten, dan had ik meer moeite gedaan voor de tekeningen (of hadden we onmiddellijk een grafisch kunstenaar gezocht). En om eerlijk te zijn, ik heb de tekeningen nadien nooit meer bekeken :-). Zou ik ze nog ergens liggen hebben? (nvdr. Ondertussen zijn er enkele originele, nooit-gepubliceerde schetsen opgedoken. Binnenkort op deze blog.)

Gelukkig werden we enkele jaren later versterkt door Foob, die wél graficus was en de diverse uitgaves dadelijk een meer professionele aanblik gaf.

Je hebt ook de kaarten getekend in alle edities. Alles met de hand, of heb je daar toen al software
voor gebruikt?

Kaarten tekenen lag mij beter dan tekeningen. Ik was altijd al geïntrigeerd door de kaarten uit The Lord of the Rings, en de manier waarop ik bergen, bossen of rivieren tekende is duidelijk door Tolkien geïnspireerd. De korte naast elkaar liggende lijntjes van wisselende lengte voor de bergen gaven een gevoel van diepte en hellingen. De rivieren leken te stromen door het gebruik van een fijne pen aan de bron, die dan langzaam naar een dikkere lijn overging aan de monding. En voor de bossen tekende ik elk boompje apart, op een eenvoudige manier door een cirkel met een streepje onder. Dat alles gaf meer gevoel aan de kaarten, alsof die wereld écht bestond en het een oude kaart betrof. Maar het was wel monnikenwerk, met een voortdurend gewissel van verschillende pennetjes met Chinese inkt:-).

Ook de plattegronden van de gebouwen vond ik leuk om te tekenen. De scenarioschrijvers gaven mij het ene onmogelijke bouwwerk na het andere. Gebouwen die amper overeind konden blijven, of waar de trappen plots op heel andere plaatsen uit kwamen dan waar ze vertrokken waren. Ik paste de gebouwen dan zo aan, dat zij constructief toch mogelijk waren. Dat, en het tekenen van meubilair in de kamers, gaf een gevoel van realiteit.

Plattegrond van 'Het Huis op de Heuvel', basisregelboek 2de editie, p.317
Waar komen alle - soms gekke - namen op de landkaarten vandaan?

Net zoals de lay-out van een landkaart belangrijk is om een realiteitsgevoel te creëren, waren voor mij ook de namen van de streken en steden belangrijk. In onze wereld kan je aan een naam immers horen waar een stad ligt, én kan je daar een sfeer bij indenken. Neem bijvoorbeeld Wevelgem, Ho Chi Minh, Lubumbashi of Nördgård. Louter aan de hand van de naam, weet je waar het ligt, wat de cultuur daar is, hoe het landschap eruit ziet of hoe het klimaat is.

Datzelfde principe heb ik ook op deze kaarten toegepast. Welk ras woont waar en hoe klinkt hun taal? Aan de hand daarvan maakte ik een soort raster met letters die volgens mij vaker in die taal voorkwamen dan andere letters, trok hierover een willekeurige lijn en verbond de letters tot zij een naam vormden die logisch was bij het volk dat daar leefde. Zo kan je zonder landsgrenzen op de kaarten toch de verschillende streken onderscheiden, van vertrouwd klinkende namen tot exotische.

Een aantal kaarten zijn ondertekend door de geheimzinnige Miir Kandive van Kaiin. Waarom die naam?

Ha, dat is een naam die ik al lang niet meer gehoord heb! Ik denk dat “Kandive” ergens een streek in een van de romans van Jack Vance is? “Miir” is het Russische voor vrede, maar dan met een extra “i” om het exotischer te laten klinken. En Kaiin komt uiteraard uit de Bijbel (ik vond het donkere kantje aan Kain wel leuk).

Wat zijn de dingen waar je het meest trots op bent i.v.m. Schimmen & Schaduwen?

Het feit dat een bende minderjarigen (we waren allemaal rond de 16 à 17 jaar) een boek op de markt bracht, dat toch een bescheiden verkoop kende en in de toenmalige speelgoedketen Christiaensen (de voorloper van Bart Smit) verkocht werd, daar was ik wel trots op (nog steeds trouwens). Ik herinner me nog dat we toen stiekem in de Christiaensen gingen kijken naar onze eerste boeken in het winkelrek.

En uiteraard dat het niet bij een eenmalig boek bleef, maar dat wij nadien nog een aantal uitbreidingen en avonturen gepubliceerd hebben, telkens gefinancierd met de verkoopopbrengsten van de vorige. De tijd die we erin staken was natuurlijk gratis, al gingen we wel eens een pint pakken “op kosten van de zaak”:-).

Zijn er dingen geweest die achteraf beter konden?

De tekeningen natuurlijk (lacht). Ja, er is altijd marge voor verbetering, maar naarmate we ouder werden en meer tijd in onze jobs moesten steken, werden deze plannen op de lange baan geschoven en uiteindelijk vergeten. Tot ook Schimmen & Schaduwen in een winterslaap viel.

Originele schets van de Weerwolf, Basisregelboek 1ste editie, p. 269
Hoe kijk je er nu op terug?

Best wel tevreden. Het was een heel avontuur voor zo’n bende jongeren als we waren. Veel leuke momenten beleefd op fantasy-conventies, waar wij onze boeken trachtten te verkopen achter een geïmproviseerd tafeltje met een “piratenvlag” (zoals de concurrentie ons bekeek) met ons logo als enige decor (lacht). En ik heb Schimmen & Schaduwen zelf nooit gespeeld… Een gemis :-)…

Het belangrijkste is wel dat ik aan dit avontuur een hoop héél goede vrienden heb overgehouden, die nog steeds regelmatig bij elkaar komen. Om te spelen uiteraard, of te mijmeren over “die goeie oude tijd” (uitbundig sardonisch gelach).

Ondertussen heeft Kurt ons nog een aantal vroege schetsen en tekeningen toegestuurd uit de beginperiode van Schimmen & Schaduwen. We zullen ze binnenkort ook op deze blog plaatsen ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen