donderdag 3 oktober 2013

Mingolië (10): Godsdiensten en Sekten



We gaan verder met de beschrijving van de Mingolië-campagne:

Godsdiensten en Sekten

De Shabba-Oets zijn het beruchtste en meest gevreesde volk van al. Zij zijn zo mythisch dat hun bestaan onzeker is, ze zijn echter nog steeds actief al is het zo goed als onmogelijk om hun verblijf terug te vinden. Het gerucht daaromtrent is dat zij eigenlijk in een andere dimensie wonen. Sommige mensen beweren echter dat hun tempel in het midden van de grote woestijn ligt, een feit is wel dat het uitspreken van hun naam in sommige streken strafbaar is met de dood en de meeste geloven dat hun naam en het uitspreken daarvan synoniem staat met ongeluk. Hun magisters beschikken over een zeer krachtige vorm van magie, nl. Tijdsmagie.
De oorsprong van de Shabba-Oets ligt zeer ver in het verleden, het is algemeen geweten dat zij de godin Kehriffa aanbidden, waarvoor zij een gigantische en legendarische stad oprichtten Shabbadakka genaamd en waar wijzen en magiërs – zelfs halfgoden zich over de geheimen van de tijd en creatie buigden. Tijdens de oorlog der goden had Kehriffa zich aangesloten bij de Kletal [n.v.d.r. zie ook Scheppingsverhaal van Dor] ze specialiseerde zich in het vermoorden van de Elfengoden, haar volgers volgden haar voorbeeld en zij worden verantwoordelijk gesteld voor het uitroeien van de Mingolese elfen. Er leven inderdaad geen elfen meer in Mingolië, tenzij deze hier later komen wonen zijn. De legendarische stad Shabbadakka is verdwenen zonder spoor, er wordt gezegd dat men soms de omtrekken van haar kantelen kan zien door zandstormen. De legende verteld ook dat in deze stad een magische tempel stond waar elfen geofferd werden aan de godin in ruil voor kennis en magische krachten.

De Hlal Lath zijn een religieuze sekte die Hlal aanbidden; de god van het man-tot-man gevecht. Zij zijn tevens de meesters van het gok-circuit, hun prijsvechters zijn dan ook de beste van Dor. Het gros van deze arenavechters zijn dan ook slaven. De sekte kijkt erop toe welke vechters er worden toegelaten in de keizerlijke arena's. De Hlal Lath zijn zakenlui, slavenhalers en gevechtsleraren. Ze zijn altijd op zoek naar nieuw bloed en hebben heel wat aanzien. Degenen die meerdere toernooien kunnen winnen krijgen het alom begeerde masker van Hlal, wat niet alleen wil zeggen dat de concurrentie niet weet wie ze tegenover zich heeft staan maar ook dat er een geducht krijger in de arena staat.
Er wordt gezegd dat het gebruik van dit masker zijn oorsprong heeft gevonden bij de Mingolese maskerdoders maar enkel het uiten van deze suggestie kan je een mes tussen de ribben opleveren van de Hlal Lath. De maskerdoders zelf lijken dit gerucht (totnogtoe) te negeren.
De belangrijkste Hlal Lath kleden zich in donkerrode tintten en hebben veelal lichtblauwe hoofdornamenten met goudinlegsels. Deze figuren zijn een beetje zoals onze maffia en beheren de gokhallen van de verschillende arena's die her en der verspreid liggen en zéér populair zijn in het grootste deel van Oost- Mingolië. Deze "baronnen van de onderwereld" zijn enorm rijk en praktisch onaantastbaar. Het spreekt natuurlijk voor zich dat ze nauwe banden hebben met slavenhandelaars en dievengildes.

Bahafad is een wispelturige god maar wel een die op grote aanhang kan rekenen. Bahafad wordt beschouwd als de god van het geluk, dieven aanbidden hem voordat ze op dievenpad gaan. In de meeste Mingolese streken is deze godsdienst verboden waardoor zijn aanhangers in het geheim samenkomen.
Er bestaan verschillende sektes van Bahafad, elk met hun eigen interpretatie van het geloof, het meest voorkomende gebruik is om een deel van de gestolen goederen af te geven aan het dievengilde ter offering aan Bahafad. Onder offering verstaat men dan meestal dat de hogeren in rang het geld moeten gebruiken om beelden en tempels op te richten aan de god ofwel om het op te doen aan hoeren, wijn en rijkelijk voedsel zoals de god zelf zou doen.
Bahafad is een god met vele gedaantes, de meest voorkomende is dat van een aapman met een geldbuidel en een dolk in de hand. maar ook een ratmens en een halfling met vier armen worden gebruikt als beeltenis van deze god.
Aanhangers van deze religie houden zich ook veel bezig met infiltratie in de stadswacht en handelaarsgildes. Dit om ervoor te zorgen dat officiele instanties kunnen omgekocht worden zodat dieven rustig hun gang kunnen gaan.

De Sekte van de Blauwe Maan zijn fanatiekelingen die zowat elke vorm van maangodin of nachtgoden aanbidden.
Velen onder hen beoefenen de schaduwmagie en proberen zoveel mogelijk schaduwen op de wereld los te laten. Ze geloven namelijk dat bij elk offer of elk wezen dat door een schaduw gedood wordt de oppergod van de nacht meer macht krijgt. Volgens hun profetieën zal de Blauwe Maangod de zon verslagen en de wereld hullen in een eeuwige duisternis, de poorten naar de schaduwwereld zullen openen en de volgelingen van deze god zullen heer en meester zijn van Dor.
Veel van deze sekteleden worden geworven met de beloftes van sterke magische krachten, meestal zijn dit leerling-magiërs die hun studies opgegeven hebben of magische leken die op een of andere manier een hekel hebben aan de brandende zon van Mingolië.
Niet alle sekteleden zijn dus schaduwmagiër, sommigen zijn ex -boeren wiens oogt te veel mislukt is of dieven en moordenaars die denken baat te hebben met een eeuwige nacht.
een andere activiteit van deze sekte bestaat erin te onderzoeken of er middelen zijn om schaduwen te binden aan mensen (of andere rassen) of om uit te zoeken hoe men de onstabiliteit van schaduwen kan verminderen of zelfs helemaal negeren. Tot dit doel bouwen ze geheime ondergrondse tempels en onderzoekscentra die angstvallig verborgen gehouden worden en goed bewaakt zijn.
Het spreekt voor zich dat deze sekte uiterst illegaal is en opgejaagd wordt door heksenjagers maar niettegenstaande worden er af en toe nieuwe tempels van de Blauwe Maan ontdekt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen