Volgende tekst maakt ook deel uit van de Mingolië-campagne. Het leuke is dat een aantal aspecten uit het basisregelboek (de strijd tussen Rothin en Illis-Thran) gekoppeld worden aan een specifieke campagne. Verder is het ook duidelijk dat dit de aanzet vormde tot een specifiek avontuur ...
De Orde van Illistrinos begon als een obscure
sekte ergens in de straten van Atumbar. Sinds kort echter ondervindt ze een
exponentiële uitbreiding. De oorzaak hiervan ligt in het stijgende aantal
overvallen van de duistere rassen over het gehele westelijk continent. Illistrinos is namelijk een aangepaste en
vergoddelijkte versie van de beroemde magiër Illis-Thrann die door zijn
zelfopoffering het hele continent redde uit de handen van Rothin en diens
zwarte legers onder aanvoering van de Nachtmerrieridder (meer informatie
hieromtrent kunt u vinden in het basisregelboek).
Een tweede oorzaak van hun expansie is hun
extremisme en hun manier van inwijding. Elk lid van deze orde zweert op hun
leven absolute trouw en devotie, leden noemen elkaar enkel broeder of zuster en
ongelovigen zijn verloren zielen die de wil van Illistrinos tegen willen gaan
(de vernietiging van alle duistere rassen). Nieuwe leden worden gehersenspoeld
in de wegen van "het licht" en zweren al hun contact met de
buitenwereld af voor enkele maanden. Tijdens die periode wordt het nieuwe lid
ingewijd in de geheimen van Illisrtinos maar vooral worden zij geconditioneerd
in de samenleving van deze orde.
Hoewel er gezegd wordt dat ieder gelijk is is
dit in de realiteit een hoop nonsens, degene die het voor het zeggen hebben
zijn de zogenaamde “broeder-inquisiteurs”, bijgestaan door “broeder- magiërs”
en “broeder- prekers”. Vrouwen hebben sowieso weinig te zeggen in deze
samenleving, zij dienen om het geslacht voort te zetten, gewonden te verzorgen
en op de kleine te passen. Er zijn wel een paar “nonnen” die een equivalent qua
aanzien hebben met inquisiteurs maar deze houden hun ook enkel bezig met andere
vrouwen.
Net nu, als de duistere rassen in grote getale
de “beschaafde wereld” invaseren en er overal wanorde is komt De Orde van
Illistrinos in actie, verschillende magistraten, priesters en andere hofgangers
zijn al gezwicht voor de sterke arm van het geloof.
Dit is niet zomaar gebeurd en er zijn vele
tegenstanders, een geheime samenkomst van verschillende fracties heeft hiervoor
een tegenreactie geplaatst, in het geniep hebben zij een groep figuren
uitgezocht die het doen en laten van deze orde gadeslaat en hier regelmatig
berichten van geeft eventueel stelen ze voorwerpen en informatie. Dit
genootschap is in zeldzame kringen bekend als De Orde van de Slang. De drijfveer of de machten die hierachter
zitten zijn voor niet leden geheel onbekend. De personen die hier deel aan
nemen zijn enkel elkaar bekend en zelfs dan weten ze niet of er eventueel nog
andere leden zijn.
De Orde van Illistrinos heeft hier trouwens
ook geen enkel benul van, zij zijn enkel bezig met nieuwe leden te ronselen,
liefst van zo’n hoog mogelijk aanzien. Wat ze zodus ook niet weten is dat het
experiment van De Orde van de Slang een beetje fout aan ‘t lopen is. De leden
die hiervoor namelijk geselecteerd zijn zijn niet echt zuiver op de graat. Zo zijn er ‘agenten’ die bekent staan als
dieven, moordenaars of schaduwmagiërs, in feite zijn deze personen criminelen
en dat was niet echt de bedoeling. Alleszins is er vanwege de aard van deze
beweging geen terugkeer meer mogelijk en dus doet deze orde min of meer haar
zin. Het is wel opvallend dat deze regeling zeer effectief is en zelfs een kans
op slagen heeft.
Het volgende is teruggevonden door een groep
avonturiers in de diepe Cha’Ell, één van hen, een wijze met de naam van Darbaïd
heeft het volgende document vertaald naar het Mingolees. De oorsprong van dit
document blijft tot op heden onzeker maar het staat vast dat het geschreven is
ten tijde van de rassenoorlogen. Wat er van de avonturiersgroep geworden is
blijft totop heden een raadsel. Hier en daar zijn er in dit document ook
aantekeningen te vinden van de vertaler.
Abdul-Alim, dienaar van de Omnicente
Khanimurta, Bewaarder Der Legendes, Onderbibiliothekaris van Rivizal.
Document over de rassenoorlog:
Een dikke, vochtige mist dwaalde door de
dichtopeenstaande bomen van Blelel. Moeizaam stapte onze heilige leider Mahar,
bevelhebber van het 6de legioen der zandwolven met zijn manschappen door het
moerassige woud. Te voet want hun zware pakbeesten en hun stekelspinnen konden
hen onmogelijk door het donkere woud brengen. De lastdieren gingen nu met een
grote bocht rond de zware begroeiing van het bos, ze zouden zich later bij de
duizenden manschappen voegen eens ze het donkere woud doorkruist hadden. De keizerlijke Oorlogsmeester Horum El-Fezech
was bezeten door een onbekende god van de Afwijking. Hij keerde zich tegen de
Samenhang Der Rassen en met duizenden volgden ze zijn gebogen pad.
Oorlog woedde tussen De Getrouwen en De
Rebellen. Terwijl de Alliantie van de rassen vecht worden hun dorpen
overrompeld door De Verraders. Rebellie en burgeroorlog woedt op elk front,
broeder vecht tegen broeder. Het grote geheel is vergeten. De grootste leiders
die deze rassen ooit gekend hebben keren zich tegen elkaar.
Wat volgt is niet vertaald, wat duidelijk is dat deze passage gaat over de allianties maar Darbaïd heeft geen moeite gedaan om deze woorden te ontleden. Waarom is onbekend en de reden van debat onder vele wijzen.
Ons aller leider en hoop Mahar was nu op weg
om zich bij de Ultiemen te voegen, een sterke groep van de verschillende trouwe
rassen, elk met hun specialiteit, die de verraders op hetzelfde moment te lijf
gingen. Plots hief Mahar -ons aller leider- zijn hand, als teken dat we moesten
stoppen. Uit de diepten van de mist stapten zo’n veertigtal verraderlijke
dwergen met hun duivelse vuurspuwers, ze waren gekleed in de kleuren van de
vijand. Ze hadden blijkbaar niet door dat er zich een
heel legioen van onze heilige troepen verscholen zat in het duistere bos.
Wat volgens mij hier verteld wordt is een
veldslag tussen de menselijke Oud-Mingolen samen met Halflings en Schublingen,
Volgens de meeste bronnen heeft de voorloper van de demoon Quawk de
Rassenoorlog gestart, en dit door verschillende rassen tegen elkaar op te zetten,
Quawk is ook door mezelf opgemerkt in andere oude legendes waar hij onder een
andere naam de oude goden ontdoet van hun macht. -- Darbaïd
Meteen werd het sein gegeven tot de aanval.
Een helse regen van pijlen flitste over en door de open plek waar de Verraders
stonden. Op zéér korte tijd waren de dwergen doorzeeft. De infanterie maakte
daarna korte metten met de overgebleven rebellen, er bleef enkel een hoopje
bloed en metaal op de zompige bodem liggen waaruit met moeite vijandelijke
figuren te onderscheiden vielen.
De ‘zompige bodem’ waar hier sprake van is
doet vermoeden dat het slagveld eventueel terug te vinden is in de Vlaktes van
It-Quawk. –Abdul-Alim
Mahar De Verlosser, ging vervolgens op een
omgevallen en verrotte boomstronk staan en riep met galmende stem : « Pas op
mijn krijgers, er zijn waarschijnlijk meer verraders die door dit woud dolen ;
loop in 2 rijen achter elkaar om te verbergen met hoevelen we zijn. Wees
muisstil en let op voor kruisvuur. » Op deze manier doorkruiste het legioen der
Ultiemen het bos van Blelel, een paar moedige elfen en dwergen die op
verkenningsmissie waren werden subtiel uitgeschakeld vooraleer de infanterie
samensmelten met de cavalerie. Ze marcheerden nu met een 7000- tal man richting
de Verdorven Stad. Zowel de gewone soldaat als de meest begaafde magiër
Bereidden henzelf voor in anticipatie van de dood. Eenmaal dat de Ultiemen aan
de stad kwamen leek deze verlaten, zelfs een geblakerde ruïne. Een skelet van
wat het daarvoor geweest was, hier en daar lagen lijken van hun voorgangers die
de stad hadden belegerd. Plots, alsof het door goden uit de hemel was gezonden
viel een grote ziektebol uit de lucht. Onze heilige leider schoot het meteen
uit de lucht en zijn magische raadsman deed het afvuurtuig meteen daarna ontploffen
door een soort vuurspreuk. Er was een verblindende flits en de vijandelijke
post verdween, een gapende krater achter zich latend. Het volledige leger
stormde nu naar voren.
De rest van de text ontbreekt...
Tot daar deze sfeervolle tekst uit de Mingolië-campagne.