Posts tonen met het label West-Dor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label West-Dor. Alle posts tonen

dinsdag 1 oktober 2013

Mingolië (9): Rivizal


Het volgende land dat beschreven wordt in de Mingolië-campagne is Rivizal, een buurland van Orasol.

Rivizal (uit de Grote Atlas van Dor)
Rivizal is een uitgestrekt land dat in het oosten grenst aan Orasol. Net zoals haar buurland heeft Rivizal geen duidelijk gedefinieerde noordelijke grens aangezien het daar grenst met de Cha'LL- woestijn. Rivizal is een uitgestrekt land dat een baai omgeeft waarin zich een hoop kleine eilandjes bevinden.


Het land wordt geregeerd door een soort democratie, bestaande uit een raad van negen wijzen. De raad zetelt in de hoofdstad Rivi en wordt gekozen uit de rangen van de 9 grootste gildes van het land.
Rivizal kent een relatief grote welvaart die vooral bestaat uit export van goederen, de Rivizalezen zijn namelijk ook bekend als uitstekende vaklui. De Hoofdstad Rivi is een Mekka voor allen die iets met kennis en wetenschap, kunst of magie bezig is.

De bergketen in het zuiden van het land is een vreemde en magische plaats. Er bevinden zich daar, op de flanken van een slapende vulkaan, mijnen waar chaosstaal kan ontgonnen worden. Vroeger woonden hier Dwergenclans en tijdens de grote rassenoorlog is hier een enorme veldslag uitgevochten waarbij tienduizenden de dood vonden. Deze streek wordt ook geteisterd door geesten en schimmen van de slachtoffers van die oorlog. Dit is trouwens een van de weinige plaatsen waar men nog Dwergen terug kan vinden in Mingolië, De Dwergenkoning Radker Steenzilver heeft lang geleden een overeenkomst gesloten met de Raad van 9 om een groot deel van de opbrengst te delen met het land in ruil voor het recht om de bergen terug te mogen bewonen.

Langs de westkant grenst Rivizal met Busark, deze kant wordt dus bijna altijd bewaakt door een semi- paraat leger om invallen te voorkomen. Regelmatig voeren de troepen van Busark raids uit op de dorpjes aan deze grens op zoek naar meer slaven.

maandag 9 september 2013

Mingolië (8): De steppen van Orasol


Het laatste deel in de beschrijving van Orasol volgens de Mingolië-campagne, handelt over de vlakten buiten de steden ...


Grote delen van Orasol bestaan uit uitgestrekte steppevlaktes en savanne.

Dit deel van Orasol is zeer uitgestrekt en dun bevolkt. Over het algemeen is de steppe vlak maar af en toe wordt ze onderbroken door rotsformaties en kleine bosjes, dit is eerder zeldzaam. de vlaktes hebben weinig begroeing maar genoeg om niet als woestijn te worden beschouwd. Deze begroeing bestaat voornamelijk uit grassoorten, distels, cactussen en struiken. Hier en daar vindt men een eenzame boom. Water is moeilijk te vinden in de steppes waardoor bevolking schaars is.

Steppebewoners bestaan uit twee groepen, degenen die een vaste woonst hebben en nomadenstammen. Nomadenstammen zijn veruit in de meerderheid en hebben een ruwe, primitieve samenleving in stamverband. Bij de bewoners met een vaste stek zijn er enkele kleinere steden en hermieten, druïden of anderen die niets te maken willen hebben met de 'beschaving' en de daarbijhorende wetten en normen.

De nomadenstammen leven al eeuwen in de steppe en hebben een lange traditie rond het land. Ze zijn bijna non -stop in conflict met naburige stammen over jachtgebied en graslanden voor hun kudde's waardoor het uitstekende paardrijders en strijders zijn. Verder zijn het beruchte jagers en spoorzoekers waardoor ze soms dienst nemen in een leger als verkenner. Het steppevolk is fier en onhafhankelijk. Geld is iets wat niet veel waarde heeft op de vlakte en iemands rijkdom wordt dan ook bekeken naarmate hoeveel vrouwen en paarden een man bezit. Vrouwen hebben trouwens een minderwaardige rol in de samenleving van de steppenomaden en komen op de laatste plaats.

Elke stam heeft één leider die bijgestaan wordt door een sjamaan, een leider die ouder word kan uitgedaagd worden door een jongere, indien deze jongere de steun krijgt van de rest van het kamp. Zo'n tweegevecht is altijd tot de dood.

Er zijn een viertal grote stammen die leven in de vlaktes, deze zijn de volgende: De Windrijders, bekend om hun uitstekende rijkunsten en snelle pony's, de Wolvenkoppen, een woeste en mystieke stam, de Dondervalken, spoorzoekers en valkeniers en de Gehoornde Ruiters wiens runderen wijd en zijd bekend zijn en soms zelfs ingezet worden bij gevechten.

Kleinere stammen bestaan ook en worden gesplitst en gevormd naar schijnbare willekeur. De gevaarlijkste daarvan zijn De Blauwe Honden, een stam die bestaat uit het samenklitten van verstotenen en criminelen die elders niet welkom zijn. Deze stam moord en plundert erop los, zonder onderscheid tussen hun eigen volk en Orasolezen.

vrijdag 30 augustus 2013

Mingolië (7): Tohami


In de reeks over de Mingolië-campagne, wordt nu de voglende stad beschreven, Tohami.
Opmerkelijk is dat dit een 'nieuwe' stad is, specifiek voor deze campagne. Ze komt immers niet voor op de landkaarten die ooit in Schimmen&Schaduwen publicaties verschenen zijn.

Tohami ligt in de zuidelijke punt van het land Orasol.

Tohami en omgeving (tekening Joeri W.)

In de uiterst zuidelijke punt van Orasol ligt Tohami, de zusterstad van Oras.

Deze hoofdstad van het zuiden ligt in een diepe baai en wordt geflankeerd door twee forten, in de stad zelf ligt een derde groter fort dat bewoond wordt door de heerser van Tohami: Admiraal - Oyabun Tanaka Musashi. De stad is iets kleiner dan Oras en veel gestructureerder. Net zoals Oras is dit een uitgebreide havenstad met veel bezoekers. Tohami heeft echter een meer militaire functie, de vele schepen die deze zeeën patrouilleren dienen namelijk niet alleen om andere schepen te controleren of piraten en smokkelaars op te jagen maar vooral om het elfenrijk Xalm te intimideren. Deze twee rijken hebben namelijk al jaren een koude oorlog die voortvloeide uit de grote rassenoorlog.

Tohami is voornamelijk opgetrokken uit bamboe, kalksteen en cederhout. Het grootste deel van deze stad heeft dezelfde architectuur: rechte straten, lage en lange gebouwen, schuifdeuren, vensters en muren in papyrus en gebogen daken. Het geheel ziet er verzorgd en gestructureerd uit. Belangerijke gebouwen zoals de Shinto-tempel hebben meerdere verdiepen met tussendaken, palissades en pagodes. De hoeken van de straten zijn afgebakend door rijk gedetailleerde lantaarnpalen die elke nacht worden aangestoken door de stadswachters.

Tanaka Musashi is een machtig en invloedrijk man, tevens is de veiligheid van de stad een van zijn grootste bekommernissen. Hierdoor worden er strengere wetten gehandhaafd dan elders in het land. Vooral 's nachts is dit merkbaar. Groepjes van 2 tot 4 stadswachten doen 's nachts hun rondes en houden iedere persoon die zij tegenkomen aan om hun te vragen naar hun bezigheid. Personen die geen goede rede hebben om op straat te zijn (en dit tevens kunnen bewijzen) zullen begeleid worden naar huis of- indien de persoon verdacht is- naar de kazerne.

De enige plaats waar dit niet echt gebeurd is de haven, dit omdat de vele bezoekers ook 's nachts arriveren en omdat de taveernes en herbergen hier laat open blijven, inwoners die s' nachts terugkeren van de haven doen er goed aan om de stadswachters te proberen ontwijken.

Buiten de militaire aanwezigheid leven hier een groot aantal handelaars, boeren en andere mensen die zich hier zijn komen vestigen in de veilige nabijheid van de grote legerforten. Dit maakt van Tohami een redelijk kleine stad met een enorme hoeveelheid aan voorstadjes, boerderijen en handelsposten.

Tohami ligt dus in een baai die omsloten wordt door hoge rotskliffen, de stad en de haven is maar langs één kant bereikbaar, langst weerzijde van de opening staan twee enorme forten op deze kliffen: Fort Nyoko en Fort Honiwa, in het midden van de stad staat het paleis toepasselijk Fort Tanaka genaamd.





Zicht op Tohami (tekening Joeri W.)
Fort Honiwa is het grootste van de drie en behuisd de manschappen en de stallen. Dit enorme fort is rechtstreeks verbonden met de stad via een ommuurde weg. Een groot deel van Honiwa wordt gebruikt om soldaten op te leiden en de grote binnenplaats van het fort wordt hiervoor gebruikt.

Langst de overkant van de baai staat een beduidend kleiner fort dat vooral gebruikt wordt door de zeemacht van Tohami, het ligt iets hoger en daardoor fungeert het ook als lichtbaken voor schepen. Fort Nyoko is enkel bereikbaar via een omweg door de velden of langst een katrollensysteem op de klippen. Ook de douaniers van Tohami maken gebruik van dit fort, ze seinen door welke schepen tol betaald hebben, doorgelaten mogen worden of dubieus zijn en gecontroleerd moeten worden.

Fort Tanaka is het paleis van de generaal, het is gebouwd volgens de oude tradities en heeft een diepe gracht en een hoge palissade waarachter zich een binnenplein bevind. Op dit binnenplein staan verschillende lage gebouwen zoals de stallen en vertrekken van de paleiswacht en bedienden. in het midden staat het paleis zelf waarachter de tuinen zich bevinden. Het paleis is opgetrokken uit steen en bamboe en heeft dezelfde architectuur als de belangrijke gebouwen in de stad.

Het paleis wordt bewoond door de Generaal en verschillende van zijn handlangers, zoals:
  • Vice- Admiraal Hanzo Shimoto, de diplomaat met betrekking tot de elfenrijken,
  • Schout- bij- nacht Toshi Hirohito,
  • Majeed Kansbar de schatmeester,
  • Sheng-Di, hoofd van de Wolvenwacht, de persoonlijke wacht van Generaal Tanaka.
Tohami is een schiereiland, langst de Oostkant ligt de baai van Tohami en langst de Westkant ligt de enorme rivier Nuhuai die een natuurlijke grens vormt met Rivizal.

Het zuidelijke gedeelte van Tohami wordt gevormd door de uitgestrekte Také-bossen, dit zijn diepe, donkere bamboewouden die een belangerijk onderdeel vormen van de natuurlijke grondstoffen van het land. Door een jarenlange ontginning is een groot deel van deze bossen verdwenen en heeft plaats gemaakt voor velden en steppe.

In de uiterste uiters zuidelijke punt van het schiereiland staat het oeroude fort Nami, de voorloper van Tohami, dit fort, samen met de omliggende landen wordt geregeerd door de oom van Tanaka, Kazuko Musashi. Kazuko is een luidruchtige levensgenieter met een voorliefde voor jonge hoerslaafjes, dit maakt hem in sommige kringen zeer ongeliefd, maar zijn uitstekende staat van dienst en zijn status laat hem genieten van veel aanzien. Kazuko is ook een befaamde piraten- en smokkelaarjager en een belangrijke pion in de koude oorlog met de elfen.

Ten noorden van Fort Nami liggen steppen en moerassen waarachter de bergen liggen, er zijn twee bergkammen in zuid Orasol, de Yama-Yuki bergen (Sneeuwbergen) en de Yama-Rai bergen (Bliksembergen) Een weg loopt van Tohami door de Yama-Yukibergen naar fort Nami en verder naar Sawata. Dieven en struikrovers maken hier handig gebruik van en gebruiken deze bergen als hun schuilhol.

Verder staan er her en der grote monumenten die uitgehakt zijn in de rotsen in een langvervlogen tijd, men zegt dat deze afbeeldingen krijgers zijn uit de rassenoorlogen die hier hun laatse rusplaats hebben.

De Yama-Rai bergen zijn een onherbergzaam oord die bijna onmogelijk te bereizen zijn, sommige mensen zeggen dat draken er hun nesten hebben, anderen spreken over een machtige tovenaar. Hoe het ook zei, de Yama-Rai bergen hebben een toepasselijke naam, tijdens de moessonregens hangen er bijna altijd donderwolken boven de bergketens die onophoudelijk bliksemen. Geen mens die bij zo'n stormen in de buurt van de bergen durft te komen. Verder zijn deze bergen ook de oorsprong van de bron die uitloopt in het Kuromeer. Dat op zijn beurt dan weer opsplitst in de verschillende rivieren van Tohami; Hirakawa, Tohakawa en Akawa.

Langst de Westkant van het schiereiland liggen twee belangrijke dorpen: Sawata en Midori. Tussen deze twee dorpen liggen uitgestrekte geïrrigeerde rijstvelden die een enorme hoeveelheid voedsel produceren. Sawata heeft een eigen zilvermijn en wordt geregeerd door Paddishah Maldir Kechmed terwijl Midori vooral handel drijft met Rivizal en het riviervolk van Nuhuai. Midori wordt geregeerd door vrijheer Adnan Fouad.

maandag 26 augustus 2013

Mingolië (6): De stad Oras (deel 4)



In het volgende deel over de stad Oras, worden de diverse eilanden rond de stad beschreven, alsook enkele karavaanstadjes in de omgeving.

De eilanden in de omgeving van de stad Oras.

Op drie verschillende punten zijn enorme houten loopbruggen aangebracht waar de stad overloopt naar omliggende eilenden, deze zijn de volgende:

Sahrdad
In het noorden ligt het eiland Sahrdad, dit eiland is vooral bekend om zijn enorme marktplein en de karavanen die hier vertrekken en toekomen. Deze karavanen trekken meestal de Cha’Ell in om de handelen met de verschillende woestijnvolkeren. Ook slavenhalers en dierenmenners komen graag in de theehuizen en herbergen van Sahrdad. De meeste gebouwen hier zijn gemaakt van leem en rivierklei en aan hun muren zijn langwerpige tenten vastgemaakt.. Het marktplein zelf is ook altijd overrompeld door de kraampjes en tenten van kleinere handelaars.

Langst de oostkant van het eiland vindt men ook enkele kades, deze zijn exclusief voor rijkere Orasolezen zoals leden van het handelsgilde en de riviervaarders. Aangezien de beveiliging in deze haven iets minder strak is dan in de hoofdhaven wordt deze ook wel eens gebruikt door smokkelaars of het dievengilde. De noordelijke doorgang naar het vasteland is een drukke plaats en de bedelaars zien hier hun brood in, ook de aanwezigheid van zakkenrollers doet vermoeden dat dit eiland druk bezocht wordt door het dievengilde. Dit alles maakt dat Sahrdad een drukbevolkt en levendig eiland is.

Hongze
Dit eiland in het noordwesten van Oras is uitsluitend een woonwijk, de huizen hier zijn groot en van steen gemaakt, de meeste huizen hier hebben platte daken waar de eigenaars terrassen of kleine tuinen in aangelegd hebben. In het midden van Hongze ligt een klein parkje met een watertuin. Het spreekt voor zich dat deze exclusieve buurt enkel toegankelijk is voor haar bewoners en hun gasten, deze laatsten moeten -zoals altijd- een geschreven uitnodiging bezitten om Hongze binnen te komen. Enkel de rijkste personen kunnen een huis veroorloven op dit eiland en in het noordelijk deel vindt men ook enkele diplomaten van andere landen. Aangezien dit deel van de stad de rijkste mensen behuisd is de veiligheid hier optimaal, Hongze heeft zelfs haar eigen stadswachters.

Katha
Katha ligt in het zuiden van Oras en is via een lange brug gelinkt aan het vasteland. Dit eiland is ook het tweede grootste van de hoofdstad en een groot deel ervan bestaat uit een fort waar het leger in gevestigd is. De andere kant van dit eiland is een groot droogdok waar reparaties gebeuren en nieuwe schepen gebouwd worden. In de meeste gevallen gaat het hier over militaire schepen maar ook onafhankelijke bootbouwers maken hier gebruik van. Langs een groot deel van deze kades staan grote pakhuizen die de materialen bewaren nodig voor het bouwen van schepen en huizen. Net zoals in Sahrdad ligt hier een groot marktplein waar karavanen toekomen en vertrekken.

Foadad
Dit eiland ligt ten zuidoosten en los van de hoofdstad en bestaat uit een woeste rots waar een vuurtoren en een fort op staat. Foadad heeft enkel een militaire functie en is de eerste verdediging tegen aanvallen vanuit zee. Omdat dit zelden of nooit gebeurd is het fort meestal met een minimum aan manschappen bemand. Onder het fort ligt de donjon waar criminelen gevangen gehouden worden. Langst de zijkanten van het fot staan galgen en kooien waar piraten opgehangen en opgesloten worden om andere piraten af te schrikken.

Tutal
Dit eiland staat bekend als het visserseiland het is bebouwd met een hoop huizen die bijna allemaal bewoond worden door vissers. De kusten van Tutal liggen ’s avonds vol met kleine vissersbootjes. Het dorpje Tutal wordt beheerd door een vrijheer die jaarlijks een deel van de opbrengsten aan het paleis betaald

Rako
Dit is een eiland dat wat lager ligt dan de andere, hierdoor ligt het bijna altijd onder de waterlijn, een ideale omgeving voor het verbouwen van rijst. De enkele lange gebouwen hier zijn gebouwd op palen maar de meesten hier zijn niet bewoond. Het zijn vooral de vrouwen van Tutal die hier komen werken op de rijstvelden en die tijdens regen of hoog water komen schuilen in de paalhutten.

Kaian
Net zoals Foadad bestaat Kaian uit een ruwe rots met een fort op, ook hier vindt men enkel militairen en een goot deel van het eiland wordt gebruikt als oefengrond. De schepen die hier aangemeerd liggen voeren regelmatig controles uit op rivierboten of zeeschepen. De meeste soldaten hier zijn van de keizerlijke zeemacht en hier vindt men dan ook de elitaire en beruchte piratenjagers van Orasol.

Sulm
Sulm is een eiland van de priesters van Tenchin, aan hun geschonken door de keizer. Op dit eiland is een park aangelegd waar de priesters hun klooster hebben in gebouwd. Enkel leden van het hof of Tenchin- aanhangers en priesters mogen voet zetten op dit heilige eiland.

Karavaanstadjes

Siko
Ten noorden van Sahrdad ligt het handelsdorp Siko, deze plaats is een altijd veranderende samenhang van karavanen, reizigers, legertroepen en woestijnbewoners. Zij komen allemaal bijeen bij het enige gebouw van dit gehucht: de achthoekige toren van Siko. Deze toren is zeer oud, de legende zegt dat ze is opgericht door enkele krachtige aarde- elementalisten die de toren hebben laten bouwen door de door hen opgeroepen elementen. De bovenste verdiepen worden inderdaad nog steeds gebruikt door elementalisten en tovenaarsleerlingen die het aarde element bezigen. Siko wordt beheerd door het handelsgilde in samenwerking met huurlingen die de karavaans beschermen. Rond de toren staat een enorm tentenkamp waar reizigers komen en gaan. In deze tenten vindt met rust, plezier maar vooral uitrusting en proviand voor een lange reis door de woestijn.

Rakoran
Ten Zuiden van Katha ligt de stad Rakoran, ze is gelegen aan de grens tussen een jungle en de grote steppe’s van het zuiden. Rakoran is een zéér drukke stad waar zowel rivierhandelaars als woestijnbewoners, steppebewoners en stammen uit de jungle samenkomen om te handelen. Tevens is dit net zoals Siko een vertrekpunt voor karavanen, veel van deze karavanen trekken naar Tohami, de zusterstad van Oras in het zuiden. Aangezien hoer zoveel reizigers passeren heeft Rakoran een uitmuntend aanbod aan herbergen en overnachtingen. Verder staat deze stad ook bekend om haar smidse die sierlijke kwaliteitswapens maakt en om haar tuinen en herbalisten. Deze laatsten hebben een herbalistengilde met een zéér uitgebreide bibliotheek. Rakoran wordt geregeerd door Paddishah Faiho Bruhier, de rijkste grootgrondbezitter van de regio en tevens hoofd van de Rakoranse steppeclan.

Yshmar
De torens van Yshmar liggen ten zuiden van Rakoran in de heuvels van Ahlam (ook bekend als de heuvels der zoete dromen). Yshmar is een bastion van tovenaars, boodschappers en soldaten van Oras. Het dorpje zelf is klein en vooral bewoond door veehouders en landbouwers maar op de heuvels die het dorp overzien staan de barakken van het leger met in het midden de drie torens van Yshmar. In elke toren zitten magiërs, spiritisten en helers die hun kunde’s doorleren aan tovenaarsleerlingen. De torens staan ook bekend als de universiteit der wonderen.